Nieuwe e-learning Cardiotocografie durante partu
Petra Bakker is gynaecoloog-perinatoloog bij Amsterdam UMC, onderwijscoördinator aan de Faculteit Geneeskunde VU en Principal Educator aan de Faculteit der Geneeskunde UvA voor de werving en selectie van aiossen. Als een van de weinigen in Nederland is zij gespecialiseerd in foetale bewaking tijdens de bevalling. In dat kader ontwikkelde zij onlangs, in samenwerking met Amsterdam UMC Academie, een nieuwe e-learning Cardiotocografie durante partu. We vroegen haar: wat houdt deze e-learning in? En, waarom is het zo belangrijk dat obstetrieverpleegkundigen, klinisch verloskundigen, basisartsen werkzaam in de verloskunde, aiossen én gynaecologen deze e-learning doorlopen?
Het cardiotocogram (CTG) bestaat uit een registratie van de foetale hartslag en de weeënactiviteit. Het CTG durante partu (tijdens de bevalling), en dan met name de foetale hartslag, is lastig te interpreteren, vertelt Bakker. “Als het goed is, dan is het eigenlijk altijd een ‘goed’ kind. Maar als het ‘verkeerd’ is, betekent het niet altijd dat een kind in slechte conditie geboren wordt. Men slaat bijvoorbeeld gauw aan bij een diepe daling van de hartslag, terwijl een foetale hartslag zonder variaties misschien juist nog wel erger kan betekenen.” A zien, betekent daarom niet automatisch B doen. Toch is het CTG het enige middel om tijdens de bevalling de foetale conditie te monitoren en te bepalen of een interventie nodig is, zoals een kunstverlossing of keizersnede.
Petra Bakker,
Gynaecoloog-perinatoloog bij Amsterdam UMC
Blijven scholen
Het is volgens Bakker dan ook enorm belangrijk dat professionals zich blijven scholen in CTG-interpretatie. Zowel klinisch verloskundigen, aios, basisartsen en obstetrieverpleegkundigen als gynaecologen. Bakker: “Ze leren het natuurlijk tijdens de opleiding. Maar voor gynaecologen is dit maar een klein onderdeel in een zes jaar durende opleiding en voor sommigen misschien wel 30 jaar geleden. Juist om die reden zijn we ook bezig met een update van de landelijke richtlijn ‘Foetale bewaking’ van de beroepsgroep van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie met daarin een aanbeveling voor onderwijs en scholing.”
Oók de gynaecologen
Bovendien is het begeleiden van een bevalling een team-effort, volgens Bakker, en is het van belang dat iedereen binnen dat team dezelfde kennis heeft. “Niet voor niets”, zegt ze, wanneer ze gevraagd wordt voor een training op locatie over dit onderwerp: “kom ik alleen als de gynaecologen ook komen.” Daarbij benadrukt ze dat het natuurlijk de klinisch verloskundige, de aios, de basisarts en de gynaecoloog zijn die het klinisch beleid bepalen, maar dat ook de verpleegkundigen voor belangrijke beslissingen staan. Wanneer trek je bijvoorbeeld aan de bel? Of wanneer roep je de hulp in van de supervisor?
Theorie en praktijk
De nieuwe e-learning biedt handvatten om anders te kijken naar het CTG, en om meer informatie te halen uit het lijntje dat je ziet; de foetale hartslag. Het heeft een theoretisch en een praktisch deel met casuïstiek. Het theoretische gedeelte is voor iedereen hetzelfde en behandelt onder meer de fysiologie van het foetaal hartritme onder normale omstandigheden en bij hypoxie en het classificeren van CTG-patronen en technieken om de foetale conditie te beoordelen. De casuïstiek loopt op in moeilijkheidsgraad, variërend van basisprincipes tot meer complexere voorbeelden die uitdagen interpretaties te koppelen aan klinisch beleid. Zo is er een casus van een patiënt die bij 34 weken beviel van een kind in een slechte conditie, waarbij het CTG onopgemerkt lange tijd abnormaal was. Of een casus van een barende met koorts.
“Je leert anders te kijken en meer informatie te halen uit het lijntje”
Meerdere wegen naar Rome
Aan de hand van de casuïstiek maak je als deelnemer een aantal keuzes. Bakker: “Ik leg, zonder oordeel, uit waarom er wel of niet gekozen is voor bepaald beleid tijdens de bevalling en welke mogelijke opties er zijn. En ik vraag hoe jij het CTG zou beoordelen en wat jij zou doen.” Bakker benadrukt dat daarbij vaak niet maar één goed antwoord is. “In de praktijk leiden er immers ook meerdere wegen naar Rome”, zegt ze. “Het gaat erom dat je er goed over nagedacht hebt. En dat je je overwegingen opschrijft. Waarom doe je iets wel of juist niet? Dat helpt om overtuigend te zijn naar een collega, maar bijvoorbeeld ook als er achteraf toch een klacht ingediend wordt als de uitkomst anders is dan gewenst.” Bakker erkent tot slot: “Er zullen altijd CTG’s zijn die we niet begrijpen. Natuurlijk biedt deze e-learning hiervoor niet dé oplossing. Maar het geeft wel bepaalde inzichten, waardoor je met meer vertrouwen naar bepaalde CTG’s kunt kijken.”
Naar een hoger level
Dat maatwerk populair is, is dus niet zo gek. Dat het een must is, zegt Angelique nog net niet. Maar wil je als afdeling de professionaliteit en de patiëntenzorg naar een nog hoger level tillen, dan valt er eigenlijk maar één conclusie te trekken. “Ik ben heel erg overtuigd van de kracht ervan en wat het doet voor professionals.”
E-learning Cardiotocografie durante partu
De e-learning Cardiotocografie durante partu is geschikt voor verpleegkundigen, klinisch verloskundigen, a(n)iossen en gynaecologen. De doorlooptijd is circa drie uur, maar de e-learning kan op ieder gewenst moment gestopt, weer hervat of opnieuw bekeken worden.
Binnen Amsterdam UMC wordt de nieuwe e-learning één keer in de twee jaar verplicht voor iedereen van de afdeling Verloskunde-Gynaecologie die bevallingen doet. Studenten Obstetrieverpleegkundige
volgen de e-learning ook al tijdens hun opleiding. Daarnaast is de e-learning als bijscholing beschikbaar via het open aanbod van Amsterdam UMC Academie voor professionals van andere ziekenhuizen. Zo hebben ook het Antonius in Utrecht en het Radboud in Nijmegen de e-learning al aangekocht. Voor verpleegkundigen en klinisch verloskundigen is de e-learning geaccrediteerd met drie punten. Voor gynaecologen loopt op dit moment een accreditatietraject, om ook voor hen accreditatie mogelijk te maken. Meer (praktische) informatie staat op de website van Amsterdam UMC Academie.
Lees het hele Amsterdam UMC Academie magazine “De kracht van maatwerk: co-creatie en onderwijskundig advies in de praktijk”. Met praktijkvoorbeelden van maatwerkscholing en begeleiding, van klinisch redeneren en teambegeleiding tot e-learning en palliatieve zorg.