Oogbewegingsafwijking bij MS goede maat voor schade in de hersenen

Gepubliceerd op: 10-02-2021

Symptomen van mensen met MS zijn vaak niet toe te wijzen aan schade op een bepaalde plek in het centraal zenuwstelsel. Voor een specifieke oogbewegingsafwijking die veel voorkomt bij mensen met MS is bekend dat de klachten komen door schade in de hersenstam. Jenny Nij Bijvank vond dat het meten van deze afwijking met een oogmeting beter werkt, dan de beoordeling van MRI-afbeeldingen. De resultaten zijn onlangs gepubliceerd in het blad European Journal of Neurology.   

Bij MS wordt  door onderzoekers gesproken over de klinisch-radiologische paradox. Dat is dat er geen duidelijk verband is tussen de symptomen van mensen met MS en afwijkingen op MRI-beelden van de hersenen. Het omgekeerde is ook mogelijk, namelijk dat een MRI-scan veel afwijkingen laat zien, terwijl er geen klinische verschijnselen zijn. Hoe vaak deze paradox voorkomt, is beter te onderzoeken met een symptoom waarvan men weet waar de schade in het centraal zenuwstelsel zit. Internucleaire oftalmoplegie (INO) is een oogbewegingsafwijking waarbij er een langzamere of beperkte horizontale oogbeweging van een oog waarneembaar is. Deze afwijking komt vaak voor bij MS. Het is bekend dat deze afwijking veroorzaakt wordt door schade in de hersenstam, het verbindingsstuk tussen de hersenen en het ruggenmerg. Jenny Nij Bijvank onderzocht of deze afwijking op MRI-beelden net zo goed gevonden wordt als met oogmeting.

Eye tracking en MRI

Voor haar onderzoek selecteerde Nij Bijvank 202 mensen met MS waarbij nog niet bekend was of zij de oogbewegingsafwijking INO hadden. Zij kregen allemaal een oogbewegingsmeting (eye tracking) en een MRI. De MRI-beelden zijn beoordeeld door een neuroradioloog op de aan- of afwezigheid van de INO afwijkingen in de hersenstam. Vervolgens is er gekeken bij hoeveel mensen met MS de oogmeting overeenkwam met de MRI-beelden.

Klinisch-radiologische paradox

Bij vijftig van de 202 deelnemers was er sprake van de klinisch-radiologische paradox. Vijfenveertig mensen hadden een INO zonder afwijkingen op de MRI-beelden en vijf mensen hadden afwijkingen op de MRI die passen bij INO, maar hadden geen oogbewegingsafwijking. Dit is de eerste keer dat er bij een grote groep mensen met MS die niet geselecteerd waren op de oogbewegingsafwijking, gekeken is naar de overeenkomst met MRI-beelden.

In een vervolgonderzoek worden oogbewegingen gerelateerd aan netwerkmetingen van het brein, om te kijken of oogbewegingen een indruk kunnen geven van de interactie tussen hersengebieden bij mensen met MS.

Origineel artikel

A model for interrogating the clinico-radiological paradox in multiple sclerosis: internuclear ophthalmoplegia - PubMed (nih.gov) Jenny Annemieke Nij Bijvank, E Sánchez Aliaga, Lisanne Johanna Balk, Danko Coric, Indran Davagnanam, H S Tan, Bernard M J Uitdehaag, L J van Rijn, Axel Petzold Eur J Neurol.  2021. Online ahead of print

Dit onderzoek is mogelijk maakt door een subsidie van Stichting MS Research.

 

Gepubliceerd op: 10-02-2021