Problemen met handfunctie en lopen gerelateerd aan verstoord hersennetwerk bij MS

Gepubliceerd op: 05-03-2021

Bij multiple sclerose (MS) komen stoornissen in hand- en loopfunctie vaak voor, maar niet altijd tegelijk. Om deze verschillen te verklaren bestudeerde Myrte Strik patronen van hersenschade en veranderde communicatie tussen verschillende hersengebieden, het hersennetwerk. In haar promotieonderzoek vond Strik bij mensen die nog goed konden bewegen uitgebreide hersenschade en dat hersengebieden minder actief waren. Bij mensen met ernstigere ziekte vond Strik dat het achteruitgaan van handfunctie is gerelateerd aan specifieke patronen van verstoorde netwerkfunctie. Bij verslechtering van loopfunctie waren deze patronen anders. Deze resultaten wijzen erop dat een verstoorde hand- en loopfunctie ontstaan door andere processen in de hersenen. Strik promoveert 15 maart aan Amsterdam UMC.

De oorzaak van bewegingsstoornissen bij multiple sclerose (MS) worden vooral gezocht in het ruggenmerg. Schade aan de zenuwbanen in het ruggenmerg zorgt voor problemen met het bewegen van armen en benen. Onderzoek van Myrte Strik laat zien dat netwerkafwijkingen in de hersenen ook gerelateerd zijn aan invaliditeit en dat deze afwijkingen specifiek zijn voor hand- en loopfunctie. Haar onderzoek is onder andere uitgevoerd met data van het Amsterdam MS Cohort. Dit zijn 350 mensen met MS die sinds 2004 elke vijf jaar gevolgd worden. Daarnaast heeft Strik in Melbourne, Australië onderzoek gedaan met een tweede cohort van mensen met minimale klinische beperkingen. Deze mensen kregen naast MRI-scans op zeer hoge resolutie ook testen om subtielere veranderingen van handfunctie en lopen te meten.

Het hersennetwerk

Strik heeft in Amsterdam op een geavanceerde manier gekeken naar het hersennetwerk, door te bestuderen hoe hersengebieden met elkaar praten en hoe stabiel die patronen zijn. Uit dit onderzoek bleek dat mensen zonder ernstige problemen met lopen een normale communicatie binnen het motorisch hersennetwerk hadden (vergeleken met deelnemers zonder MS). Bij mensen met MS met ernstige problemen met lopen (niet kunnen lopen zonder hulpmiddelen of assistentie) was de communicatie binnen het netwerk abnormaal. Er was zeer veel communicatie, wat een teken lijkt te zijn van een verstoorde netwerkbalans. Mensen die over tijd achteruitgingen in hand- of loopfunctie vertoonden meer fluctuaties in deze communicatie binnen het motorisch netwerk, oftewel de stabiliteit van de netwerken ging achteruit.

Hoog resolutie MRI

In haar onderzoek in Australië heeft Strik nieuwe MRI-technieken toegepast met een zeer hoge resolutie om naar de dichtheid van de zenuwbanen te kijken. Hiermee heeft ze bij mensen die nog goed konden bewegen uitgebreide schade aangetoond, ook buiten de laesies, in de normaal-ogende witte stof. Ook gebruikte zij heel gevoelige methoden om hand- en voetfunctie te meten, wat liet zien dat de handen nog relatief gespaard lijken te zijn in deze fase van MS. Voornamelijk bij een verstoorde voetfunctie was ook een verlaagde hersenactivatie zichtbaar. Deze resultaten wijzen op veranderingen in hersenstructuur en functie die mogelijk specifiek zijn voor hand- en loopfunctie. Toekomstig onderzoek is nodig om te bestuderen of met deze specifieke veranderingen de verschillen in achteruitgang van hand- en loopfunctie kan worden verklaard. Daarna ontstaat de vraag of specifieke behandelstrategieën geoptimaliseerd kunnen worden om verdere verslechtering te voorkomen.

Link naar proefschrift

Het Amsterdam MS Cohort is opgebouwd mede dankzij subsidies van Stichting MS Research. Dit onderzoek is uitgevoerd mede dankzij een subsidie van de Melbourne University (Melbourne Research Scholarship).

Gepubliceerd op: 05-03-2021