Verminderde hersendoorbloeding

Gepubliceerd op: 27-06-2019

Bij Alzheimer is de hersendoorbloeding verminderd. Dit hangt samen met een slechtere denkfunctie. Patiënten met hartproblemen en een vernauwde halsslagader krijgen ook te maken met deze cognitieve problemen. Dit blijkt uit onderzoek van promovenda Annebet Leeuwis. Zij onderzocht de relatie tussen hersendoorbloeding en cognitief functioneren bij zowel mensen met een normale veroudering als bij patiënten met dementie.
Annebet Leeuwis promoveert 2 juli bij Amsterdam UMC.

Er zijn steeds meer aanwijzingen dat hart- en vaatziekten, zoals een hoge bloeddruk, hartfalen of suikerziekte, schadelijk zijn voor de structuur en de functies van de hersenen. Vaatschade in de hersenen is naast de ziekte van Alzheimer, een veelvoorkomende oorzaak van dementie. In Nederland lijden ongeveer 1.4 miljoen mensen aan hart- en vaatziekten en 260.000 mensen aan dementie. Annebet Leeuwis heeft haar onderzoek verricht in het kader van de Hart-Brein studie, een studie naar de relatie tussen hart- en vaatziekten en dementie.

Annebet Leeuwis deed onderzoek naar de rol van hersendoorbloeding bij verschillende patiëntgroepen. Leeuwis maakte hierbij gebruik van een speciale MRI-techniek: ‘Arterial spin labeling’ of ASL. Deze techniek meet de doorbloeding van de hersenen en kan iets zeggen over hoe goed de hersenen functioneren. Leeuwis vond dat zowel patiënten met vaatschade in de hersenen, als ook patiënten met hartfalen of een vernauwde halsslagader cognitieve stoornissen hebben. Ook concludeert zij dat veel patiënten met geheugenproblemen tevens depressieve symptomen hebben. Leeuwis: “Een bepaald type vaatschade in de hersenen, namelijk witte stofafwijkingen en microbloedingen, spelen mogelijk een rol bij depressieve symptomen.”

Vaatschade in de hersenen kunnen we niet genezen, maar kunnen we wel behandelen om erger te voorkomen. Dit in tegenstelling tot de ziekte van Alzheimer waarbij dit nog niet mogelijk is. Leeuwis pleit voor meer aandacht voor geheugenproblemen bij patiënten met hart- en vaatziekten en meer samenwerking tussen verschillende disciplines. Daarvoor moeten specialisten breder kijken dan ze nu gewend zijn te doen. Want de huidige gezondheidszorg is overwegend monodisciplinair georganiseerd. Zo heeft een cardioloog minder aandacht voor hersenen en het geheugen, terwijl een neuroloog juist minder aandacht heeft voor het hart en de bloedvaten.

Deze Hart-Brein studie, gefinancierd door de Hartstichting, vond plaats in verschillende universitaire ziekenhuizen in Nederland en is een samenwerking tussen neurologen, cardiologen, neuropsychologen en radiologen.
Amsterdam UMC richt een Hart Brein Centrum op waar de hart-brein in samenhang bekeken wordt. Annebet Leeuwis blijft hieraan verbonden.

Gepubliceerd op: 27-06-2019