Vetstof versterkt chronische ontsteking in de hersenen bij MS
Mogelijkheid voor nieuw soort behandelstrategie
Julia Konings en collega's laten in een publicatie zien hoe een eiwit genaamd FLAP, dat betrokken is bij het maken van een vetstof genaamd leukotriëen B4 (LTB4), kan bijdragen aan chronische ontstekingen in het centrale zenuwstelsel. Hun studie toont bovendien aan dat dit proces in modelsystemen met een medicijn kan worden geremd. De resultaten vormen daarmee een mogelijk aanknopingspunt voor toekomstige behandelingen van MS en andere chronische ontstekingsziekten van de hersenen.
Microscopisch beeld van een MS-laesie, een gebied in de hersenen dat is aangetast. De verschillende kleuren maken microglia, de afweercellen van de hersenen, zichtbaar, met FLAP in roze.
MS is een ziekte waarbij het afweersysteem het centrale zenuwstelsel aanvalt. Dit leidt tot schade aan de beschermlaag rond zenuwvezels, waardoor mensen met MS problemen kunnen krijgen met bewegen, zien en voelen. Een groot probleem is dat de ontsteking in de hersenen langdurig blijft bestaan en maar moeilijk verdwijnt. Volgens de onderzoekers komt dit doordat wetenschappers nog onvoldoende begrijpen welke processen in het lichaam deze chronische ontsteking in stand houden. Zonder die kennis is het lastig om gerichte medicijnen te ontwikkelen.
Vetstoffen: de regelaars van ontsteking
In het onderzoek staan vetstoffen (ook wel lipiden genoemd) centraal. Vetstoffen spelen een dubbelrol: ze kunnen een ontsteking starten of verergeren (slechte vetstoffen), maar ook helpen om ontsteking te verminderen (goede vetstoffen). Tot nu toe was het onduidelijk waar goede en slechte vetstoffen zich precies in MS-hersenweefsel bevinden, in welke verhouding en welke rol ze spelen tijdens het verloop van MS. Die kennis is nodig om te begrijpen waarom ontstekingen bij MS niet vanzelf verdwijnen.
Slechte vetstof in MS-laesies
Julia Konings en haar collega’s gebruikten geavanceerde imagingtechnieken. Daardoor konden de onderzoekers heel precies zien welke vetstoffen en eiwitten zich op welke plek in het hersenweefsel bevonden. De resultaten zijn duidelijk: in de witte stof in de hersenen van mensen met MS is specifiek de hoeveelheid van de vetstof LTB4 verhoogd ten opzichte van gezond weefsel. Binnen de MS laesies, de beschadigde gebieden in de hersenen die kenmerkend zijn voor MS, was de concentratie zelfs nog hoger dan in het omringende weefsel. Door de aanwezigheid van LTB4 kunnen ontstekingscellen naar de laesies in de hersenen worden geleid. Ook vonden de onderzoekers meer aanwezigheid van het eiwit FLAP in de microglia, de afweercellen van de hersenen. FLAP is een eiwit dat belangrijk is voor de productie van de vetstof LTB4.
Medicijn remt de productie van LTB4
Vervolgens testten de onderzoekers of het mogelijk was om de aanmaak van LTB4 te remmen. Dit deden ze met een medicijn dat FLAP remt. Voor deze proeven gebruikten ze microglia die in het laboratorium waren gekweekt uit menselijke stamcellen. Het bleek dat het medicijn de productie van LTB4 sterk onderdrukte. Belangrijk is dat de remmer nauwelijks een effect had op andere genen die in de cellen actief waren. Genen bevatten namelijk de bouwtekening voor eiwitten: welk gen actief is, bepaalt welk eiwit een cel aanmaakt. Dat de genactiviteit vrijwel onveranderd bleef, suggereert dat de behandeling gericht zou kunnen werken om de productie van LTB4 te remmen.
Positieve resultaten in diermodel
De volgende stap was het testen van de FLAP-remmer in levende organismen. De onderzoekers gebruikten hiervoor het EAE-model, een diermodel dat lijkt op MS bij mensen. De resultaten waren bemoedigend: dieren die het medicijn kregen, ontwikkelden een mildere vorm van de ziekte. Dit gold zowel wanneer het medicijn rond het begin van de ziekteverschijnselen werd gegeven, als wanneer de behandeling pas op het hoogtepunt van de ziekte startte. Bij verdere inspectie bleek dat in het ruggenmerg van dieren die vanaf het begin van de ziekteverschijnselen behandeld werden, de aanmaak van LTB4 afnam.
Een nieuw aanknopingspunt voor therapieën
Samengevat laat het onderzoek van Konings en haar collega's zien dat de vetstof LTB4 een rol kan spelen bij chronische ontsteking in het zenuwstelsel. De productie van LTB4 kan worden verminderd door het FLAP-eiwit te remmen. Dit maakt FLAP een mogelijk aangrijpingspunt voor een toekomstige behandeling van MS. Vervolgonderzoek bij mensen is daarvoor nodig.
Originele publicatie
Microglial 5-LOX-activating protein antagonism alleviates leukotriene-driven neuroinflammation
Julia Konings et al.
Acta Neuropathol. 2026 Aug 4;152(1):16
De studie is onder andere mogelijk gemaakt door NWO (Vidi beurs Gijs Kooij) en Stichting MS Research