Uitwerkfenomeen geen teken van onvoldoende werking MS-middelen

Gepubliceerd op: 13-12-2021

Alyssa Toorop bestudeerde het uitwerkfenomeen van ocrelizumab bij MS. 61% van de mensen die ocrelizumab krijgt, ervaart wel eens het gevoel toe te zijn aan het volgende ocrelizumab infuus. In de studie werd aangetoond dat het uitwerkfenomeen bij ocrelizumab geen teken is dat het medicijn onvoldoende werkt. Dit was eerder al eens onderzocht voor natalizumab. Deze resultaten kan mensen met MS die deze middelen gebruiken helpen bij de onzekerheid die zij voelen als het volgende infuus nog een tijdje op zich laat wachten. De ocrelizumab studie is onlangs gepubliceerd in het blad Multiple Sclerosis and Related Disorders.

Het uitwerkfenomeen van medicatie is het gevoel van mensen dat ze toe zijn aan een volgende dosis van hun medicatie. Bij MS-middelen zoals natalizumab en ocrelizumab komt het uitwerkfenomeen voor naarmate het laatste infuus langer geleden is. Soms ervaren mensen dan een toename van MS-gerelateerde klachten, zoals vermoeidheid, loopproblemen of gevoelsstoornissen. Bij mensen met MS die natalizumab gebruiken is eerder in het MS Centrum Amsterdam onderzoek gedaan naar het uitwerkfenomeen. Het gevoel weer toe te zijn aan het volgende infuus bleek bij natalizumab veel voor te komen, maar het was geen teken van onvoldoende werking van het medicijn. Het uitwerkfenomeen was nog niet eerder onderzocht bij mensen met MS die ocrelizumab gebruiken. Aan het onderzoek van Alyssa Toorop en collega’s naar het uitwerkfenomeen van ocrelizumab hebben 117 mensen met MS die ocrelizumab gebruiken meegedaan. Zij hebben voor hun deelname aan het onderzoek vragenlijsten ingevuld.

Uitwerkfenomeen veel aanwezig

Toorop vond dat 61% van de mensen met MS die wordt behandeld met ocrelizumab dit uitwerkfenomeen wel eens ervaart. Iets minder dan de helft (vijftig deelnemers) had tijdens het invullen van de vragenlijsten voor dit onderzoek het gevoel toe te zijn aan het volgende infuus. De meest voorkomende klachten waren: vermoeidheid, cognitieve klachten en gevoelsstoornissen. Deelnemers met een hogere body mass index hadden vaker last van het uitwerkfenomeen van ocrelizumab.

Geen teken van onvoldoende werking

Door dit onderzoek zijn we meer te weten gekomen over het uitwerkfenomeen van ocrelizumab. Er werd gevonden dat het uitwerkfenomeen vaak voorkomt bij mensen met MS die ocrelizumab gebruiken, maar dat dit geen teken is van onvoldoende werking van het medicijn. Factoren zoals de hoeveelheid afweercellen (B-cellen), hogere ziekteactiviteit op de MRI-scan of recente relapses gaven geen hogere kans om het uitwerkfenomeen van ocrelizumab te ervaren. Ook een langere tijd tussen twee behandelingen (uitgestelde behandeling) had geen invloed op het optreden van het uitwerkfenomeen. Dit kan patiënten helpen als zij onzekerheid voelen bij toename van klachten aan het einde van een behandelcyclus.

Uitgesteld behandelen

Vanuit het MS Centrum Amsterdam zal er binnenkort gestart worden met een grote studie waarbij mensen die ocrelizumab gebruiken een uitgestelde behandeling aangeboden krijgen (BLOOMS trial). Doordat we denken dat het uitwerkfenomeen van ocrelizumab geen teken is van onvoldoende werking van het medicijn, kunnen ook mensen die het uitwerkfenomeen van ocrelizumab ervaren meedoen aan het onderzoek. In deze studie zal ook opnieuw onderzoek gedaan worden naar het uitwerkfenomeen van ocrelizumab.

De BLOOMS trial: https://www.vumc.nl/nieuws/nieuwsdetail/behandeling-op-maat-ook-voor-ms-middel-ocrelizumab.htm

Artikelen

1.    Uitwerkfenomeen van ocrelizumab

The wearing-off phenomenon of ocrelizumab in patients with multiple sclerosis

A.A. Toorop, Z.Y.G.J. van Lierop, E.M.M. Strijbis, C.E. Teunissen, F. Barkhof, B.M.J. Uitdehaag, Z.L.E. van Kempen and J. Killestein

https://www.msard-journal.com/article/S2211-0348(21)00631-3/fulltext#relatedArticles

2.    Uitwerkfenomeen van natalizumab

The natalizumab wearing-off effect: End of natalizumab cycle, recurrence of MS symptoms

Zoé L E van KempenDjoeke DoesburgIris DekkerBirgit I Lissenberg-WitteAnnick de Vries, Iris A Claessen, Anja Ten BrinkeTheo RispensJoep Killestein

https://n.neurology.org/content/93/17/e1579.long

Gepubliceerd op: 13-12-2021