Betrokken en zorgvuldig - Kennis maakt ons beter

Hoe werkt mijn lichaam?

Wat gebeurt er met een hap eten?

Je neemt een hap brood. Je kauwt het fijn en slikt het door. De fijngekauwde boterham komt in je buik (maag) en gaat daarna naar je darmen. In een boterham zitten onder andere koolhydraten. Koolhydraten zijn een soort suiker, we noemen suiker ook wel glucose. Deze glucose komt in je bloed. En dan?

Waar moet die glucose naar toe?

De glucose moet in de cellen van je lichaam komen. Glucose heb je nodig voor energie, om te kunnen bewegen, spelen en groeien. Eigenlijk net als een auto benzine (energie) nodig heeft om te kunnen rijden.

Wat heeft insuline daar mee te maken?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe komt die glucose nou in je cellen? Dat gaat niet van zelf. De celdeurtjes zijn op 'slot'. Je hebt daarvoor insuline nodig. Insuline werkt als een soort sleutel die de deurtjes van de cellen open maakt. De glucose kan dan naar binnen. Insuline wordt gemaakt in de alvleesklier, een orgaan in je buik (zie plaatje). Je alvleesklier weet precies wanneer en hoeveel insuline er gemaakt moet worden. Komt er glucose in het bloed (denk aan die boterham) dan gaat de alvleesklier aan het werk door insuline te maken. De celdeurtjes gaan open en de glucose kan naar binnen.
Op het plaatje staat ook de lever getekend. De lever is onder andere de opslagplaats van glucose. Als de cellen genoeg glucose hebben, gaat de rest van de glucose naar de lever, een reserve opslagplaats.

printen