Betrokken en zorgvuldig - Kennis maakt ons beter

Hypo's en hypers

Wat is een hypo?

Hypoglykemie (hypo) betekent lage bloedglucosewaarde.
Normaal schommelt de hoeveelheid glucose in het bloed tussen de 4 en de 8 mmol/l. Onder de 4 mmol/l spreek je van een hypo.

Hoe ontstaat een hypo?
Als je te veel insuline spuit of wanneer de insuline te snel wordt opgenomen in je lichaam, als je niet genoeg of te laat eet, òf wanneer je meer beweegt dan dat je eigenlijk van plan was.

Hoe merk ik dat ik een hypo heb?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Je lichaam waarschuwt je meestal. Die waarschuwing kan bij ieder kind anders zijn. Het kan zijn dat je gaat zweten, trillen of dat je moet gapen en honger krijgt. Je wordt een beetje bleek. Sommige kinderen gaan wazig kijken, krijgen hoofdpijn of worden duizelig. Het is belangrijk dat jij weet hoe je reageert op een lage bloedglucose.

Wat doe ik aan een hypo?

Doordat je bloedglucosewaarde te laag is, is het nodig om suiker te nemen. Neem bijvoorbeeld een glas water met limonadesiroop ( geen suikervrije), een glas frisdrank (geen light) of dextro-pur (druivensuiker), 1 dextro per 10 kg lichaamsgewicht, met een glas water. Je bloedglucose zal stijgen en je voelt je weer beter. Het is wel verstandig om daarna nog iets van 15 -20 gram koolhydraten te eten zoals een boterham, fruit of een koek. Anders kan het zijn dat je weer een hypo krijgt. De limonade met suiker of die dextro werkt namelijk snel en kort. Heb je een hypo vlak voor etenstijd, neem dan na de limonade of de dextro's gewoon je maaltijd. Het kan gebeuren dat je bloedglucosewaarde zo laag is, dat je weg raakt. Je kunt dan zelf geen glucose nemen. In zo'n geval is het nodig dat iemand anders bij jou glucagon inspuit. Glucagon is een stof die de glucose uit de reserve opslagplaats (je lever) vrijmaakt en ervoor zorgt dat je weer bij komt. Omdat de lever weer aangevuld moet worden met glucose, moet je het eerste uur na een glucagon toediening altijd extra koolhydraten eten. Anders krijg je weer een hypo.

Wat is een hyper?

Hyperglykemie (hyper) betekent hoge bloedglucosewaarde.
De hoeveelheid glucose in het bloed schommelt normaal tussen de 4 en de 10 mmol/l. Boven de 10 spreek je van een hyper
.
 
Hoe ontstaat een hyper?
Als je te weinig insuline spuit, als je teveel koolhydraten eet, òf wanneer je minder beweegt dan dat je van plan was, maar ook bij ziekte en stress, bijvoorbeeld als je zenuwachtig bent voor een proefwerk.

Hoe merk ik dat ik een hyper heb?

 

Meestal waarschuwt je lichaam. Je gaat veel plassen omdat je nieren al die glucose niet kunnen verwerken. Je krijgt veel dorst met daarbij een droge mond. De cellen krijgen geen glucose meer. Je lichaam heeft wel energie nodig. Je vetcellen worden daarvoor gebruikt. Als deze worden verbrand, ontstaan er afvalstoffen die ketonen worden genoemd. Deze ketonen plas je uit en met een speciaal teststripje kun je de urine op ketonen controleren. Er zijn nog andere verschijnselen. Sommige kinderen worden humeurig. De een wordt sloom en de ander wordt erg actief. Je krijgt een rood gezicht. Een ander krijgt hoofdpijn of last van zijn ogen. Probeer voor je zelf te ontdekken hoe jouw lichaam reageert op een hyper.

Wat doe ik aan een hyper?

Bij een te hoge bloedglucosewaarde heb je extra insuline nodig. Hiervoor gebruik je snelwerkende insuline. Van de kinderarst en de diabetesverpleegkundige leer je hoe je daarmee om moet gaan. Bij een bloedglucosewaarde van 15 mmol/l of hoger moet je de urine controleren op ketonen. Als er ketonen in de urine zitten, is het verstandig om je arts of de diabetesverpleegkundige te bellen voor advies. Bij misselijkheid, overgeven en geen eetlust moet je bellen.

printen