Betrokken en zorgvuldig - Kennis maakt ons beter

Diabetes en sport

Het Diabetescentrum VUmc draagt graag actief bij aan het motiveren tot beweging voor mensen met diabetes. Beweging kan een belangrijke bijdrage leveren aan een betere lichamelijke en geestelijke gezondheid, een gezonder gewicht en betere bloedglucosewaarden. De hoeveelheid insuline / tabletten kan soms flink verminderen door meer fysieke activiteit. Om meer te kunnen bewegen, is kennis en ervaring nodig van de invloed van beweging op de bloedglucosewaarden. 

Wat gebeurt er tijdens het sporten met het lichaam?
Bij sport wordt extra energie gebruikt. Glucose en vet zijn de brandstoffen voor de spieren. Hierdoor kan de bloedglucose laag worden. Een betere doorbloeding van het vetweefsel zorgt er voor dat de werking van insuline verbetert  en de bloedglucosewaarden dalen. Bij regelmatig sporten en na intensieve sportbeoefening wordt het lichaam gevoeliger voor insuline en is  er vaak minder medicatie nodig. Hypoglykemieën moeten worden voorkomen. Helaas is het effect van fysieke activiteit op bloedglucosewaarden en medicatiebehoefte niet precies te voorspellen en is individuele begeleiding vaak gewenst. 

Hoe kunnen hypo's voorkomen worden tijdens het sporten?
Minder insuline
Insulinepomptherapie biedt de meeste flexibiliteit bij sporten. De basaalstand kan tijdelijk omlaag gezet worden op alle gewenste momenten en de maaltijdbolus kan worden gereduceerd.  Bij vier maal daags insuline injecteren is het meestal nodig om de hoeveelheid kortwerkende insuline bij de maaltijd voorafgaand aan het sporten te verminderen, soms tot minder dan de helft.
Bij een andere therapievorm is dit wat moeilijker door de patiënt zelf te regelen en is overleg met de behandelaar gewenst.
Het is belangrijk om de bloedglucosewaarden voor en (ook de nacht) na het sporten regelmatig te meten om inzicht te krijgen in het effect van sporten op de insulinebehoefte.

Meer eten
Net als bij alle sporters kunnen extra koolhydraten nodig zijn, mede afhankelijk van  de intensiviteit en de duur van de activiteit. Het is een kwestie van proberen. Ook hierbij geldt dat meten van de bloedglucosewaarden inzicht geeft. Bij lage waarden vlak voor het sporten kunnen het beste snel opneembare koolhydraten (pure suiker of vloeibare suikers, zoals AA-drank) worden genomen. Hoeveel er precies nodig is, hangt af van de intensiteit van beweging, de duur, de gevoeligheid voor koolhydraten en van bijvoorbeeld werkzame insuline en of de bloedglucose dalende of stijgende is.

Plaats van het injecteren
Spuit de insuline niet in het lichaamsdeel dat intensief gebruikt is / gaat worden. De optimale doorbloeding van het ;lichaamsdeel kan leiden tot hypoglykemie als gevolg van versnelde opname.

Voorkomen van een hypo na het sporten
Na het sporten worden de voorraden glucose in de lever en spieren weer aangevuld. Dit kan tot langere tijd na de sportieve inspanning nog leiden tot lage bloedglucosewaarden. Frequente controle is belangrijk om deze daling tijdig te registreren en op te vangen met extra koolhydraten. Soms is het na een avond sporten nodig de langwerkende insuline voor de nacht te verminderen.

Waar nog meer op letten?
Naast de kans op een hypo kan er nog een probleem ontstaan. Bij een te hoge bloedglucose (> 15 - 20 mmol/l) is het belangrijk om te bedenken of er een tekort aan insuline in het lichaam kan zijn. Dan is het niet goed om te gaan sporten. Er is te weinig of geen insuline om de glucose in de spiercellen te brengen, de bloedglucosewaarden zullen nog meer stijgen en het lichaam gaat vetten verbranden om de nodige energie te verkrijgen. Dit kan leiden tot verzuring (keto-acidose) met alle nadelige gevolgen van dien.

Bloedglucosewaarden kunnen ook hoog zijn omdat er veel extra koolhydraten genuttigd zijn met wat minder insuline dan normaal. Dit stapelen kan juist heel goed werken, met name bij duursporten. Overleg dit met de diabetesbehandelaar.

printen