Betrokken en zorgvuldig - Kennis maakt ons beter

Gezonde voeding bij diabetes

De basis van het dieet bij diabetes mellitus is volgens de Schijf van Vijf. Het dieetadvies wordt individueel vastgesteld en is afhankelijk van de medicatie, het lichaamsgewicht en het activiteitenpatroon. Er wordt rekening gehouden met sociale factoren zoals leefstijl, wisseldiensten, weekendvariatie, uitslapen, uit eten, reizen en vakantie en invloed van het gezin.

 

Energie

De energie die door de voeding wordt geleverd kan o.a. worden uitgedrukt in kilocalorieën. De volgende voedingsstoffen leveren energie; koolhydraten, eiwitten, vetten en alcohol. Dit wordt dus uitgedrukt in kilocalorieën. De hoeveelheid energie, kilocalorieën, die je nodig hebt is van een aantal factoren afhankelijk namelijk je leeftijd, geslacht, lichamelijke activiteit en je gewicht. Indien er sprake is van een toename in het lichaamsgewicht dan is de balans tussen de inname van energie uit de voeding en het verbruik hiervan door het lichaam uit evenwicht.

Bij gewichtstoename of bij bestaand overgewicht is het van belang de energie-inname met de voeding te verminderen en het energieverbruik door middel van beweging te verhogen.

Koolhydraten

Koolhydraten zijn een belangrijke energiebron voor ons lichaam. Koolhydraten worden in het lichaam omgezet in glucose en spelen daarom een grote rol in de hoogte van uw bloedglucose.

Koolhydraten zijn een verzamelnaam voor o.a. vruchtensuiker, melksuiker, zetmeel en toegevoegde suikers. Deze zitten onder andere in:

* Vruchtensuiker: fruit, vruchtenmoes, vruchtensappen en gedroogd fruit (bv. rozijnen, krenten, gedroogde appeltjes, pruimen, abrikozen en vijgen).
* Melksuiker: melk, karnemelk, chocomelk, yoghurt, vla, kwark en pudding. 
* Zetmeel: brood, aardappelen, pasta, rijst, peulvruchten (bv. alle soorten bonen, groene erwten, kapucijners en linzen) en granen (bv. tarwe, rogge, haver, gerst rijst en maïs).
* Toegevoegde suikers: frisdrank, snoep, koek en gebak en zoet broodbeleg.

Hoeveel koolhydraten we nodig hebben is afhankelijk van het activiteitenpatroon,  lichaamsgewicht en lengte. De verdeling van de koolhydraten over de dag is afhankelijk van de diabetesmedicatie die u gebruikt.

Koolhydraat/insulineratio

De gemeten bloedglucose waarden worden voor een groot gedeelte bepaald door de koolhydraten die gegeten worden. Om de bloedglucose zo goed mogelijk te reguleren is het van belang dat de hoeveelheid (ultra)kortwerkende insuline voor de maaltijd goed wordt aangepast aan de hoeveelheid koolhydraten die gegeten wordt. Het aanpassen van de insuline aan de koolhydraatinname wordt de koolhydraat/insulineratio genoemd. Deze ratio zegt iets over de gevoeligheid voor insuline en kan per maaltijd, soms per dag verschillen, afhankelijk van de lichamelijke activiteit en eventuele ziekte of stress. 

Om dit te berekenen kunt u uw diëtist raadplegen.

Vetten

Er zijn verschillende soorten vet in de voeding: verzadigd vet en onverzadigd vet. De verzadigde vetten zijn "slechte vetten". Verzadigde vetten  kunnen het cholesterolgehalte, en daarmee de kans op hart- en vaatziekten en insulineresistentie, verhogen. Verzadigde vetzuren komen met name voor in roomboter, gewone harde margarines in een wikkel, hard frituurvet, vet vlees en vette vleeswaren, volvette kaas, volle melk en volle melkproducten, koffiewitmaker, imitatieslagroom, chocolade, koek en gebak. Het is het beste om verzadigd vet te vervangen door onverzadigde vetzuren, de "goede vetten". Onverzadigde vetten komen voor in bijvoorbeeld oliën, dieethalvarine, dieetmargarine, vloeibare bak- en braadproducten, noten, avocado en vis.
 

 

Omega-3 vetzuren

Er zijn aanwijzingen dat omega-3 vetzuren een gunstige invloed hebben op de preventie van hart- en vaatziekten. Deze vetzuren komen vooral voor in vette vis. De aanbeveling is om ongeveer één tot twee keer per week vis te eten, bij voorkeur vette vis zoals zalm, makreel, haring en sardines. 

Eiwit

Eiwitten zijn nodig om het lichaam op te bouwen en te onderhouden.  Gebruikt iemand meer eiwit dan nodig is voor opbouw en onderhoud, dan wordt het overschot benut om er energie uit te halen. Belangrijke eiwitbronnen zijn vlees, vis, eieren, kaas, melk en melkproducten, peulvruchten, sojaproducten, noten, brood en graanproducten. Wanneer er sprake is van eiwitverlies via de urine (micro-albuminurie of proteïnurie) dient de hoeveelheid eiwit in de voeding in overleg met de diëtist of arts beperkt te worden.

Vezels

Voedingsvezel is de verzamelnaam voor de onverteerbare bestanddelen in de voeding. Ze komen alleen voor in plantaardige voedingsmiddelen en zijn onder andere nodig voor een goede stoelgang. Het eten van vezelrijke voeding geeft een verzadigd gevoel en wordt daarom vooral bij overgewicht aangeraden. Rijk aan vezels zijn bruinbrood, roggebrood en volkorenbrood, graanproducten, peulvruchten, groente en fruit.

Natrium

Natrium is een mineraal, dat zowel in het lichaam als in het voedsel voorkomt. Het is een bestanddeel van keukenzout: 1 gram keukenzout bevat 400 milligram natrium. Gemiddeld levert onze voeding 9 gram keukenzout per dag. Dit komt overeen met zo'n 3600 mg natrium, terwijl niet meer dan ongeveer 500 mg natrium per dag nodig is. Samen met kalium, een ander mineraal, regelt natrium het vochtevenwicht in het lichaam. Normaal gesproken scheiden de nieren een teveel aan natrium uit via de urine. Door verschillende oorzaken kan natrium worden vastgehouden, waardoor het vochtevenwicht wordt verstoord. Het lichaam houdt dan extra vocht vast, met als gevolg een toename van de hoeveelheid bloed. Het hart moet dan harder werken om het bloed rond te pompen in het lichaam en er ontstaat een verhoogde bloeddruk (= hypertensie). Door minder natrium in de voeding te gebruiken,  kan het vochtevenwicht in het lichaam zich herstellen. Een natriumbeperkt dieet betekent dat uw voeding minder natrium, dus minder keukenzout, moet bevatten. Voeg minder zout toe tijdens de bereiding en vermijdt producten die van zichzelf al veel zout bevatten. Voedingsmiddelen die veel zout bevatten zijn bijvoorbeeldkant- en klare maaltijden, sauzen en soepen, bouillonblokjes, strooiaroma, vloeibare aroma, vleeswaren zoals rauw ham en rookvlees, rookworst, hamburgers, kaas, haring, zoutjes, chips en snacks.

Alcohol

Wees matig met alcohol. Voor volwassen mannen geldt hooguit 2 standaardglazen per dag en voor volwassen vrouwen geldt hooguit 1 standaardglas per dag. Het aantal glazen dat gedronken mag worden dient niet te worden opgespaard. Indien er sprake is van overgewicht of wanneer  alcohol niet samen gaat met de medicatie, is het beter om minder of helemaal geen alcohol te gebruiken. Alcohol heeft een bloedglucose verlagend effect  waardoor het risico op een hypo toeneemt. Zo'n hypo kantot vele uren na het alcoholgebruik optreden. Het is daarom aan te raden om na het drinken van alcohol regelmatig zelfcontrole van de bloedglucose uit te voeren en indien nodig extra koolhydraten te gebruiken.

printen