Speciale scholing voor verpleegkundigen in coronatijd

Gepubliceerd op: 21-04-2020

Door de coronacrisis kampen verschillende afdelingen in de kliniek van Amsterdam UMC met een tekort aan verpleegkundigen en zorgondersteuners. Aan de andere kant geven sommige (poliklinische) afdelingen juist aan nu verpleegkundigen ‘over’ te hebben.  Daarnaast is er een grote groep herintredende en oud-verpleegkundigen die na een (interne) oproep van Amsterdam UMC, aangaf bij te willen springen. Om al deze verpleegkundigen zo snel mogelijk te kunnen inzetten, ontwikkelde het speciaal opgezette coördinatiepunt scholing Covid-19 in sneltreinvaart korte trainingen om hen daar waar nodig bij te scholen. Opleider bij VUmc Academie en lid van het coördinatiepunt Judith Hetem, vertelt hoe daarmee onder andere tien MLD-verpleegkundigen aan de slag konden door een speciaal voor hen op maat gemaakt programma.

Al in een vrij vroeg stadium van de crisis, nog voordat überhaupt begonnen was met de ontwikkeling van de extra scholingen, kwam de vraag van de endoscopieafdeling om tien verpleegkundigen kliniekvaardig te maken. Uit een rondvraag onder hen bleek dat zij behoefte hadden aan bijscholing in een aantal specifieke handelingen die zij door hun poliklinische achtergrond onvoldoende beheersten: het klaarmaken en toedienen van medicatie- en infuusvloeistoffen en het toedienen van bloed en bloedproducten. Judith: ‘Op basis daarvan stelden we een programma samen bestaande uit de te bestuderen literatuur en protocollen en een fysieke vaardigheidstraining in het skillslab. Op die manier voelen zij zichzelf zeker en bekwaam genoeg om in de kliniek aan de slag te gaan.’ Vanwege de coronamaatregelen werd deze, hoewel toch al kleine groep, in tweeën gedeeld, zodat er slechts vijf deelnemers tegelijk in het skillslab aanwezig waren.

'Alleen mogelijk door goede, intensieve samenwerking'

Vraaggericht

Inmiddels is deze specifieke training uitgebreid en doorontwikkeld naar meer algemene scholing, zodat ook andere, grotere groepen verpleegkundigen snel bijgeschoold kunnen worden. Het coördinatiepunt werkt daarbij vraaggericht. Judith: ‘We kijken naar ‘wat is de behoefte, hebben we daar al passend aanbod bij of moeten we hiervoor maatwerk leveren’?’

Op dit moment lopen er verschillende programma’s voor verschillende doelgroepen. Zo zijn er zelfstudietrainingen in de digitale leeromgeving in combinatie met een toets en vaardigheidstrainingen voor circa zestig herintredende verpleegkundigen – mensen die nog wel een actieve BIG-registratie hebben, maar nu in een andere functie werken. Maar bijvoorbeeld ook trainingen voor 127 doktersassistenten en andere functies van de polikliniek en voor oud-verpleegkundigen die nu als zorgondersteuners aan de slag gaan in het ziekenhuis.

Intensieve, goede samenwerking

Een van de grootste uitdagingen bij het ontwikkelen van deze ‘coronatrainingen’ is natuurlijk tijd. Hoe zet je een dergelijk programma op poten waar normaal gesproken een veel langere periode voor staat? ‘Met heel goede samenwerking’, zegt Judith: ‘Er was natuurlijk al samenwerking tussen de opleidingsteams van locatie AMC en VUmc, maar door de komst van deze crisis is deze veel intensiever. In het coördinatiepunt zitten zowel opleiders en opleidingskundigen van VUmc Academie als van het AMC. Mensen die elkáár nog niet kenden, maar hun beider huizen wel. Hierdoor ontstaat zo’n groot netwerk, dat het veel makkelijker is om een en ander uit te rollen, snel te schakelen en de juiste, beschikbare mensen te vinden. De training voor de endoscopieverpleegkundigen was echt binnen drie dagen na de aanvraag een feit.’ En niet alleen de tijdwinst nu is een groot voordeel. Judith: ‘Ook het feit dat beide locaties elkaar nu zo goed leren kennen is echt een hele mooie bijkomstigheid van deze periode.’

Ritme, aanpassingsvermogen en collega’s

Net als haar collega’s, werkt Judith nu vanuit huis. En dat was ook voor haar uiteraard in het begin een beetje zoeken. ‘Er zijn zoveel mensen betrokken bij het samenstellen van een programma: de trainers, de mensen die de protocollen verzamelen, de deelnemers zelf, de hoofden van de afdeling, de verpleegkundig directeur; mensen die je nog niet allemaal kent, maar waar je ineens heel snel mee moet schakelen. Dat vereist wel wat aanpassingsvermogen. Daarnaast waren het in het begin lange dagen waarbij het soms lastig was werk en privé te scheiden. Inmiddels heb ik een goed ritme gevonden, maar ik mis mijn werkplek en mijn collega’s wel.’ 

De afgelopen periode zijn er veel mensen heringedeeld en geschoold. ‘Het lijkt er dan ook op dat we nu in rustiger vaarwater terechtkomen en de afdelingen  geholpen zijn. Ik zeg ‘het lijkt erop’, want dat zou zomaar volgende week heel anders kunnen zijn.’

Gepubliceerd op: 21-04-2020