Tongkanker is één van de meest voorkomende tumorsoorten binnen het hoofd-halsgebied. Tongkanker gaat meestal uit van het slijmvlies van de tong.

Waar zit de tongkanker?

De tong kan in 2 gebieden worden ingedeeld: het mobiele, goed beweeglijke deel van de tong en de tongbasis. Het mobiele gedeelte van de tong wordt tot de mondholte gerekend, terwijl de tongbasis tot de mondkeelholte behoort. Deze onderverdeling naar gebied is van belang voor het bepalen van de behandeling.

Wat is de oorzaak van tongkanker?

Tabakgebruik (roken en pruimen) en alcoholgebruik kunnen een rol spelen in het ontstaan van tongkanker.

Welke klachten horen bij tongkanker?

De klachten die mensen met tongkanker vaak hebben zijn divers:

  • een niet-genezend wondje of zweertje van de tong
  • pijnklachten ter plaatse van het wondje of uitstralende pijn naar het oor
  • witte of rode verkleuring van het slijmvlies (leukoplakie, dysplasie, erythroplakie)
  • kauw- en slikklachten
  • problemen met een (voorheen steeds goed passend) kunstgebit
  • zwelling (klier) in de hals

Onderzoek

Na het eerste gesprek met de arts-assistent of de specialist zal op de polikliniek ook onderzoek worden gedaan. Hierbij bekijkt de arts de grootte en uitbreiding van de tumor. Ook zal er - indien nodig - onder lokale verdoving een stukje weefsel  (biopt) worden afgenomen.

De arts bespreekt met u welke onderzoeken nodig zijn. Daarbij zijn de volgende mogelijkheden:

  • foto van de kaak en tanden (orthopantomogram: OPT)
  • bloedonderzoek
  • röntgenfoto van de longen (X-thorax)
  • echografie van de hals met daarbij eventueel aanprikken van vergrote halsklieren
  • schildwachtklierprocedure
  • CT- of MRI-scan van de mondholte en tong
  • onderzoek naar eventuele uitzaaiingen buiten het hoofd-halsgebied (PET/CT-scan)
  • onderzoek onder narcose (panendoscopie) waarbij de tumoruitbreiding kan worden beoordeeld. Meestal wordt hierbij een stukje weefsel (biopt) afgenomen. Ook wordt er gekeken of er geen eventuele andere afwijkingen of tumoren in het hoofd-halsgebied aanwezig zijn

Behandeling

Bij kleine of middelgrote tumoren van de mobiele tong  zal de behandeling een beperkte operatie (lokale excisie) onder algehele narcose zijn. Hierbij wordt de tumor verwijderd. Eventuele uitzaaiingen kunnen worden vastgesteld door een echogeleide punctie of een schildwachtklierprocedure. Behandeling van (eventuele) lymfeklieruitzaaiingen gebeurt door een halsklierdissectie. Het kan noodzakelijk zijn dat u na de operatie ook aanvullend bestraald moet worden (radiotherapie), soms samen met chemotherapie.

Bij grote maar operabele (resectabele) tongtumoren zal de behandeling bestaan uit een uitgebreidere operatie (commando-procedure). Tijdens deze operatie vindt direct herstel van het operatiegebied plaats en worden ook altijd de klieren uit de hals verwijderd (halsklierdissectie). Het kan noodzakelijk zijn dat u na de operatie ook aanvullend bestraald moet worden (radiotherapie), soms samen met chemotherapie.

Als de tumor niet operabel is of operatie met te veel functieverlies gepaard gaat maar er wel genezing mogelijk is wordt een combinatie van chemo- en radiotherapie gegeven.

Soms is het zo dat er geen genezing meer mogelijk is omdat de tumor te uitgebreid is of dat er tumoruitzaaiingen zijn in de rest van het lichaam. In deze gevallen is de (palliatieve) behandeling bedoeld om eventuele pijnklachten en andere ongemakken te bestrijden door de tumor terug te dringen en groei zo lang mogelijk tegen te gaan.

Nazorg

Tijdens en na de behandeling staat u onder controle van uw behandelend arts.
Er kunnen beperkingen door de tumor zelf maar ook door de behandeling optreden. Er wordt altijd geprobeerd om dit zoveel mogelijk te voorkomen.
Als er toch klachten optreden kunt u begeleiding krijgen om er wat aan te doen. Denkt u hierbij aan:

  • anders slikken, kauwen of spreken waarvoor logopedische begeleiding (tijdelijk) nodig is
  • oedeem, pijn of functiebeperkingen van de hals en schouder waarvoor (tijdelijk) fysiotherapie nodig is
  • droge slijmvliezen als bijwerking van de radiotherapie
  • andere lichamelijke, psychische of sociale gevolgen (zoals slecht slapen, teveel piekeren, sombere stemming, relatieproblemen, financiële problemen, problemen op het werk) waarvoor (tijdelijke) begeleiding door een gespecialiseerde verpleegkundige, maatschappelijk werker of psycholoog nodig is.

Elke donderdag is er op de polikliniek KNO een gespecialiseerde verpleegkundige aanwezig bij wie u met uw vragen terecht kunt. 

Aanvullende informatie

Graag verwijzen wij u ook naar naar de informatie van het KWF: www.kwf.nl.

U kunt ook informatie inwinnen bij de patiëntenvereniging Stichting Klankbord. (www.stichtingklankbord.nl)

Op www.samenlevenmetkanker.nl vindt u informatie over het wetenschappelijk onderzoek op het gebied van kwaliteit van leven.